IJsselloop Deventer

Zondag 19 april 2015 - IJsselloop Deventer; ontsporing op de spoorbrug
‘Is het verstandig dat je vandaag een halve marathon gaat lopen?’, vraagt Marjan wanneer ik ’s ochtends aan het ontbijt zit. ‘Ik denk van niet’, moet ik eerlijkheidshalve toegeven. Gister liep ik vijf uren en zo’n 16,5 km over het Wad en mijn lichaam wil maar één ding en dat is rust. Maar Deventer, de stad waar ik studeerde lonkt, evenals het weer en dus stappen we na het ontbijt in de auto, zet ik Marjan af in Grijpskerk en rijd ik door naar Deventer. Ik kom vanaf Raalte en herken dit gedeelte van de stad en alle toegangswegen niet. Wat is er veel veranderd sinds 1986. Ben ik wel in de goede stad? Ik volg de borden centrum tot vlak bij het station op een bekend kruispunt kom. Ik rijd langs de Hogere Landbouwschool, over de Zwolse weg en het studentenhuis waar ik mijn kamer had tot ik bij de IJssel aankom. Vlak bij de spoorbrug parkeer ik de auto. Het zonnetje schijnt volop en in mijn looptenue ga ik richting centrum om mijn startnummer op te halen. Ik dribbel door de straatjes van het centrum op zoek naar bekende plekken en gebouwen. Ah het Turkse restaurant zit er nog steeds. Daarboven had Fréderique haar kamer. Bij de voormalige Boreelkazerne haal ik mijn startnummer op. Maar liefst 6.000 mensen doen mee op de verschillende afstanden. Op de Brink, waar het altijd naar gebrande koffie rook, is het gezellig druk en ik drink er nog een lekkere kop koffie. Dan is het tijd om richting start te gaan aan de industrieweg.
Om 13.45 klinkt het startschot en gaan we van start. Over de Wilhelminabrug verlaten we het centrum en heb ik mooi zicht op de stad. Door het Worpplantsoen gaat het naar de Terwoldsedijk langs de IJssel. Het parcours is mooi en het lopen gaat prima. De eerste vijf kilometer loop ik in 23.45 minuten.

Langs het landgoed de Dijkhof, over het Zwarte Pad en via de spoorbrug arriveren we weer aan de overzijde van de IJssel. Op de Kapjeswelle passeren we na 11,5 km voor de eerste keer de finishlijn. De tweede vijf loop ik in 23.55, dus nog steeds een strak tempo. Wat inmiddels ook strak aanvoelt zijn mijn kuiten. Desondanks begin ik vol goede moed aan de tweede helft, hetzelfde rondje. De derde vijf kilometer loop ik in 24.06. De benen voelen steeds zwaarder aan, maar ik kan het tempo nog vasthouden. Ik stop een keer om mijn spieren te strekken. Dat heb ik nog nooit gedaan tijdens een wedstrijd! Op weg naar de spoorbrug hoor ik mezelf stampvoeten. Van soepel en licht lopen is geen sprake meer. Hoe ik mijzelf ook toespreek om gecontroleerd te lopen, het lukt niet.
Wanneer ik de spoorbrug op loop en aan de overkant van de IJssel de finish al zie gaat het mis. Voor dat ik besef wat er gebeurt smak ik hard tegen het asfalt. Verbouwereerd blijf ik even liggen om daarna voorzichtig overeind te krabbelen en de schade op te nemen. Die bestaat uit een pijnlijke schouder en wat schaafwonden. ‘Hoe voelt u zich?’, vraagt een toegesnelde toeschouwer. ‘Ik heb me wel eens beter gevoeld’, antwoord ik naar waarheid. Ik besluit om rustig de laatste twee kilometer uit te lopen. Nog nooit voelden die kilometers zo zwaar aan. Dolblij ben ik dan ook wanneer ik over de finish ga en een medaille krijg omgehangen. Mijn finishtijd is 1.44.13 Dat valt alles mee.

Ik loop de EHBO-post binnen waar ik liefdevol wordt verzorgd door een jonge EHBO-ster. Met gaasjes beplakt loop ik nog even langs het Noorderbergkwartier, waar mijn Deventer collega loopbaancoach voor huis iedereen zit aan te moedigen. Ik krijg een heerlijk koele cola van haar en als ik te veel afkoel loop ik naar de auto om de terugreis te aanvaarden. Het was een bijzondere loop: mooi, zwaar, pijnlijk, eigenlijk van alles wat. De les is duidelijk: pak je rust!
Jaap Baalbergen