Vuurtorentrail Ameland, een loop voor bikkels

Toen ik me opgaf voor de Vuurtorentrail op Ameland wist ik nog niet dat deze op dezelfde dag plaatsvond als de Bonifatiusloop in Dokkum. Die heb ik dus gemist dit jaar. Nu maar hopen dat  Ameland een goed alternatief is. Om 9.30 uur ga ik in Holwerd aan boord van de Sier. Wat me opvalt is dat ik de hardlopers moet zoeken tussen de toeristen en de F’jes van Cambuur. Heel anders dan bij de Adventurerun waarbij de boot wordt overspoeld door hardlopers. Voor me lopen twee dames met grijs haar, een afgetraind lichaam en een grote, blauwe rugtas van de Jungfrautrail. Onmiskenbaar echte trailers. Daarbij maakt mijn rugtas van de Berenloop, ook blauw, toch minder indruk. Na een rustige overtocht arriveer ik een krap uur later op Ameland, waar aan ’t eind van de pier een fiets voor me klaarstaat. Via het fietspad door de duinen trap ik in een rustig tempo naar Hollum.

Onderweg zie ik de routebordjes al staan. In de sporthal heerst een rustige, ongedwongen sfeer. Ik haal mijn startnummer op en ontvang een fraai hardloopshirt, voor de collectie. Er is nog tijd voor het eten van een boterham voordat ik me ga warmlopen en me naar de start begeef in het centrum van het dorp. Hier heeft zich een groep van rond de 200 deelnemers verzameld die net als ik om 12.00 uur de 18 km gaan lopen

 

De 10 kilometer is om 10.00 van start gegaan en op zondag is er nog een 35 km en 55 km koers. Klokslag twaalf uur gaan we van start, het dorp uit richting bos. Via smalle bospaadjes gaat het duintje op, duintje af richting vuurtoren. Daarna volgt het duingebied tussen het fietspad en de zee, weer duintje op, duintje af. Het is echt genieten in dit prachtige landschap, maar ook geconcentreerd lopen. Goed kijken waar je je voeten neerzet. We steken het fietspad over en komen op een stukje heide. Om weer in het duingebied te komen moeten we door een stukje wetland, natte voeten dus. Op naar het strand, goed te doen. Ik loop lekker ontspannen. Daar komt een eind aan wanneer we over het ruiterpad aan de achterkant van het duin lopen. Dit is zo’n 800 meter zwaar ploegen door rul zand. Dan volgt weer een etappe over het strand; wat doe ik door het wat rulle zand of twee keer een stuk extra lopen richting zee om over een wat steviger ondergrond te lopen. Ik kies voor het laatste. Dan gaan we het duin weer over en belanden we weer in het bos, waar ze de hoogste duinen als toetje hebben bewaard. Geconcentreerd blijven lopen is nu het devies, niet struikelen. Ik voel me nog goed dus hobbel lekker over de duintjes richting dorp en finish.

 

De beleving is totaal anders dan bij een wedstrijd over de weg. De variatie in het parcours en het geconcentreerde lopen maakt dat het geen moment saai is. Na 1 uur en 48 minuten ga ik over de finish. Voor een wegwedstrijd zou het een rampzalige tijd zijn, maar het tempo in een trail ligt nou eenmaal een stuk lager, logischerwijs. Bovendien gaat het om de beleving en is de tijd bijzaak. Met de beleving zit het helemaal goed, ik heb genoten. Het weer hielp een handje mee. In de sporthal kan worden gedoucht en warm nog wel (dit in tegenstelling tot de adventurerun). Op het fietsje koersen we weer richting boot. Die vertrekt net bij pier van Holwerd, dus nuttig ik bij de Piraat nog een kop koffie met een flink stuk appeltaart met slagroom. We maken er gewoon een feestje van vandaag.